2.1 WERELDWIJDE
LUCHTSTROMEN
Subtitel 1 / 4
LASTIGE STOF IN EEN KORTE TIJD
•De planning staat op IL •Zorg dat je je schrift en teken/schrijf spullen klaar hebt liggen •Lastige stof = veel zelf oefenen én vragen stellen (tijdens de les / het vragenhalfuurtje!)
•Toetsstof proefwerkweek4:
HFD 2, helemaal behalve §8. Paragraaf 1 t/m 6 is CE-stof Paragraaf 7 en 9 is SE-stof •Toets: Veel toepassing en inzichtsvragen! 2 / 4
OPZET §2.1 WERELDWIJDE
LUCHTSTROMEN
•Leerdoelen bij de paragraaf •Draaiing van de aarde •Opwarming (en afkoeling) van de aarde •Hoge en lage drukgebieden •Wet van Buijs Ballot •Corioliseffect •Mondiale atmosferische circulatie •De ITCZ (intertopische convergentiezone) •Passaten & moessons 3 / 4
LEERDOELEN
In dit verband kan de kandidaat de door zonne-energie en aardrotatie aangedreven grote windsystemen op aarde beschrijven. (CE-omschrijving) •Je weet dat de aarde om zijn as draait en om de zon.•Je kan uitleggen wat het effect op de temperatuur is van de draaiing van de aarde.•Je weet dat de zon het aardoppervlak verwarmt en het oppervlak de lucht erboven.•Je kan uitleggen waarom een gebied onder invloed van een hoog drukgebied over het algemeen droog is.•Je kan uitleggen waarom een gebied onder invloed van een laag drukgebied over het algemeen nat is.•Je kent het algemene patroon van luchtstromen binnen de atmosferische circulatie in relatie tot hoge- en lagedrukgebieden •Je kent het corioliseffect en de wet van Buys Ballot.•Je begrijpt de ontstaanswijze van passaten en moessons in relatie tot de verschuivende ITCZ.
- / 4