LEERDOELEN PARAGRAAF 2.1, HERHALING
•Je kan uitleggen waarom er op plekken hoge-of lage drukgebieden zijn.•Je kan het verband leggen tussen de hoeveelheid neerslag in een gebied en het drukgebied dat er heerst.•Je kent de wet van Buijs Ballot.•Je kan uitleggen wat de ITCZ is.
(http://home.kpn.nl/kalsb004/geobronnenbb/animaties/ITCZ-
animatie.html) •Je kan uitleggen hoe de moesson werkt en wat het verband is met de neerslag in een gebied. 1 / 3
PARAGRAAF 2.2
ZEESTROMEN EN KLIMAATFACTOREN 2 / 3
LEERDOELEN 2.2, ZEESTROMEN
•Je begrijpt de wijze waarop zonne-energie de atmosferische circulatie en oceanische circulatie aandrijft.•Je kan uitleggen waarom zeestromen ontstaan •Je weet het verschil tussen warme en koude zeestromen en wat die aandrijft.•Je kan uitleggen wat de diepzeepomp is en hoe deze werkt.•Je kan het verband leggen tussen zeestromen en het klimaat •Je begrijpt de invloed van gebergtes, land en zee op klimaten.
- / 3